Zelfvertrouwen

2 Herkennen

Ik ben verlegen en durf niet altijd op de verpleging af te stappen. Ik doe alles altijd al alleen, daarom vraag ik ook minder. Ik heb geen zin over problemen te praten. Er komen weken voor dat de problematiek niet word besproken.

Een verpleger werkt alleen op afroep. De bewoner zal naar de verpleger moeten gaan om het probleem van het moment duidelijk te maken. De verpleger komen vaak niet vanuit hun zelf om een gesprek te voeren. Hierdoor kan het voorkomen dat er dagen zijn dat de bewoner niemand heeft gesproken. Een verpleger helpt mensen vaker die regelmatig vragen of drukker zijn in het gedrag. Mensen die verlegen zijn of niet willen praten krijgen hierdoor minder aandacht.

1x per week word de problematiek besproken met de behandelaar en dit zijn dat alle gesprekken voor een week. Hierdoor krijgen bewoners het gevoel dat er geen gesprekken zijn en dat de problematiek niet begrepen word. Op HC en IC bestaat een behandeling uit medicatie en 1 gesprek per week, er word geen therapie aangeboden.

Hoe langer een persoon nadenkt over een probleem hoe meer stress dit geeft. Als de persoon pas na een dag zijn vraag of probleem uitlegt zit de persoon de gehele dag met de gedacht van het probleem en de stress. Het blijven na denken over het probleem, maakt het probleem alleen maar groter. Pas als het probleem zo groot is stap de persoon op de verpleging af omdat hij/zij het probleem niet meer overziet.

Het is belangrijk meer zelfvertrouwen te hebben en op de verpleging af te stappen als het nodig is. Het zelfvertrouwen van iemand met psychische problematiek is vaak erg weinig. Dit komt vaak door depressie of veel gebeurtenissen, die de persoonlijkheid van een persoon veranderd.

5 Plan

Gesprek voeren.

  1. Wat zijn uw leerdoelen? Wat wilt u bereiken? Waarom wil u dit? Ik maak een doel om volgende week …… gedaan te hebben. Ik wil dit doel graag behalen omdat …. daarom zal ik ….. doen/laten.
  2. Met wie gaat u het gesprek voeren? Waar gaat u het over hebben in het gesprek? Ik vertel aan familie …. omdat …. En aan vrienden vertel ik ….. omdat ….. En op mijn werk vertel ik …. omdat ….. Ik hun dit omdat …..
  3. Hoe was uw houding in het gesprek? Ik zat een … manier en ik voelde me … omdat ….
  4. Was u duidelijke in uw woorden? De gesprekspartner begreep mij …, ik voel me hierdoor ….
  5. Had u stemming in het gesprek? Ik sprak op … manier en ik vind dat … Ik zou ….. Het gesprek ging …. omdat …
  6. Voelde u zich zeker in het gesprek? Ik voelde mij … omdat ….

Aan wie gaat u een vraag stellen of iets vragen?

  1. Aan wie gaat u iets vragen? Ik heb .. gevraagd aan, om … en ik kreeg als antwoord …. en de persoon was …. omdat ik dat vroeg.
  2. Hoe was de reactie? De persoon was ….. daarom vraag ik de volgende keer ….. hierdoor zal ik de volgende vraag ……. formuleren
  3. Hoe heeft u het gevraagd? Ik was op dat moment … en mijn stem was … hierdoor reageerde de persoon … op mij.
  4. Heeft u de leerdoelen voor deze week bereikt? Wat was er voor nodig om het te laten slagen? Het ging goed omdat ….. Waardoor heeft u het doel niet gehaald? Dat kwam omdat ……., ik maak een …… overzicht op…… , ik maak een plan voor …… op…. en ik ga op … hiervoor neem ik contact op met …… Om ….. op te lossen heb, ik nodig …

Het gevoel situatie omschrijving

  1. Wat is er gebeurt? Hoe is het gebeurt? Waar was u? Wat was u gevoel van dat moment? Ik voelde me .. om het er … was en ik kreeg/werd ik ….. Hoe voelde u zich daaronder? Waarom was de situatie zo? Wat wilde deze persoon en waarom dit? Waarom reageerde de persoon zo? …. wilde van mij … omdat de persoon vond ….. en de persoon was … op mij omdat … hierdoor was de situatie …..
  2. Wat was de trigger hiervan? Ik werd geprikkeld door … en hierdoor voel ik me …. en ik ging toen …. doen, omdat………. en waardoor ik nu ……. ben. Ik heb deze week last gehad van … hierdoor voelde ik me … en ben ik gaan … Ik was aan het praten over … en toen werd de persoon … omdat ik iets zei wat de persoon …. vond en ik zou het de volgende keer …. aanpakken.
  3. Welke signaal van de trigger kreeg u? Wat merkte u daarvoor? Ik kreeg …… omdat …… Welk cijfer zou u de ….. geven van 1-5 ? Waarom is het 3 en geen 2 beter of 4 slechter wat maakt het verschil? Wat is daarvoor nodig?
  4. Wat was de oplossing? Hoe bent u weer van het gevoel afgekomen? Ik heb ….. gedaan en nu voel ik me …. en ik heb het …. schema ingevuld en ga het bijhouden.
  5. Stap 9 Heeft u de gebeurtenis op geschreven? Ik zit er mee omdat ….. en ik ga het …. opschrijven omdat …..

Complimenten

  • Wie heeft er een compliment verdient? Ik geef een compliment omdat …… ik heb gezegd …… en het is geworden ….. met omdat ….
  • Hoe is het compliment ontvangen? Als antwoord kreeg ik ….. ik voelde mij toen ….. ik ga dit zeker …. doen.
  • Heeft u deze week complimenten terug gekregen? Ik heb … complimenten gekregen deze week.

Plannen maken

  • Wat gaat u deze week samen doen? Ik ga met … omdat ik samen met graag wil … en dat vind ik ….
  • Wat bent u gaan doen? Ik vroeg om naar … te gaan maar er was een ander plan … daarom zijn we …. gegaan.
  • Hoe is het gegaan? Ik vond het … en ik ben … gegaan ben en dit was het zeker … waard.
  • Neem u voor om morgen een dag alle negatieve gedachten te mijden. Voor elke negatieve gedachten zet u een gedachten van feest, vrolijkheid, blijheid. Bedenk u wat u kan helpen in het waarmaken van de oefening. Bedenk een dag van te voren zoveel mogelijk leuke dingen, schrijf deze op en hang deze op een zichtbare plek waar u veel langskomt. Wanneer u een negatieve gedachten heeft loop u naar het papier en leest u alle positieve gebeurtenissen voor , net zolang tot de negatieve gedachten weg zijn. Door u dit aan de leren kun u het later zonder het papier, deze is er alleen om het ritme te starten en om het aan te leren.

Verlegen

  • Werken aan zelfvertrouwen door te gaan sporten of door meer te gaan doen. Geef het aan dat u het lastig vind om de verpleging aan te spreken en uw probleem kenbaar te maken. Vraag om een dagelijks gesprek met de verpleging zodat u altijd kan melden of bespreken.
  • De verpleging heeft vaak al vele situaties meegemaakt en kijken niet vreemd op van uw probleem. Verplegers kunnen u probleem duidelijk rapporteren en aankaarten bij de behandelaar. Zij willen dat het met u beter gaat. Het niet willen vragen van hulp of niet het gesprek aan te gaan, veranderd er niks. Het is belangrijk elke keer aan de bel te trekken als het nodig is, zo krijgt de verpleging en behandelaar een goed beeld van u en kunnen ze u beter helpen.
  • Maak van te voren wat aantekeningen die u met de verpleging wilt bespreken. Laat dit eventueel lezen door de verpleging als het lastig is het probleem kenbaar te maken. Maak aantekeningen van het gesprek.
  • Vraag naasten of vrienden u te helpen om uw problematiek kenbaar te maken en het duidelijk op papier te zetten. Zij kunnen u ondersteunen op moeilijke momenten via de telefoon of whats-app
  • Geniet van de kleine punten die beter gaan of wat u heeft bereikt tijdens een opname. Noteer deze momenten in het dagboek en bekijk ze regelmatig. Of maak er een collage van voor op de muur. Iedere keer dat u het leest of ziet word u herinnerd aan dat u het kunt. Dit werkt motiverend.

schrijfoefening

  • Omschrijving Mensen met voldoende zelfvertrouwen kunnen beter nee zeggen tegen verleidingen. door voldoende zelfvertrouwen kunt u het dagelijkse leven makkelijker aan en heeft u zicht op uw eigen kunnen.  In welke opzichten vertrouw u op uzelf? En in welke opzichten niet? Schrijf het eens voor uzelf op. Kom erachter hoe u over uw zelfvertrouwen denkt. Ben u tevreden of niet?
  • Doel Het onderzoeken van het zelfvertrouwen
  • Vragen Hoeveel zelf vertrouwen heb ik? Waar twijfelt u aan u zelf? wat is er voor nodig de twijfel weg te nemen?
  • Woorden zelfvertrouwen, zelfbeeld,  twijfel, verandering

E-GGZ

E-GGZ

Welkom op het profiel van GGZ. GGZ staat voor geestelijke gezondheidszorg. Met de informatie die we delen willen we taboe op psychische problematiek verminderen en al het zou kunnen stoppen. Iedereen kent iemand met psychische problematiek, het zo een heel normaal onderwerp moeten zijn om te bespreken. De artikelen gaan over diagnose, medicatie en behandelaars. De diagnose waar ik over schrijf zijn o.a. autisme, borderline, ptss, depressie, hsp.