Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 

In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) staat dat iedereen moet kunnen meedoen in de maatschappij. Het gaat daarbij om het wegnemen van hindernissen in en om het huis, in het plaatselijk vervoer en in het ontmoeten van anderen. De gemeente is hiervoor verantwoordelijk. De gemeente moet voorzieningen en ondersteuning geven aan wie dat nodig heeft, bijvoorbeeld een rolstoel of hulp bij het huishouden.

Voorbeelden van hulp en voorzieningen die onder de Wmo vallen zijn:

  • hulp bij het huishouden, zoals opruimen, schoonmaken en ramen zemen;
  • aanpassingen in de woning zoals een traplift of een verhoogd toilet;
  • vervoersvoorzieningen in de regio voor mensen die slecht ter been zijn en niet met het openbaar vervoer kunnen reizen, zoals de taxibus, een taxikostenvergoeding of een scootmobiel;
  • ondersteunen van vrijwilligers en mantelzorgers;
  • hulp bij het opvoeden van kinderen;
  • rolstoel;
  • maaltijdverzorging;
  • sociaal cultureel werk, zoals buurthuizen en subsidies aan verenigingen;
  • maatschappelijke opvang, zoals blijf-van-mijn-lijfhuizen en daklozenopvang.

In sommige gemeente geldt er een eigen risico voor de wmo. De gemeente bepaald hoe hoog uw eigen risico is. Dit is per gemeente verschillend. De wmo kunt u aanvragen via de gemeente. Iedere gemeente heeft zijn eigen voorwaarden en hulp en voorzieningen die worden vergoed. Kijk op de website van u gemeente voor meer informatie.