Wat vertelt u een kind over de diagnose?

Wat vertelt u een kind over de diagnose? Wat vind u belangrijk dat uw kind weet van de diagnose en signalen en eventuele gevolgen van de diagnose? Welke signalen heeft u kind en van welke heeft uw kind het meeste last? Welke signalen zou u kunnen veranderen? Waar moet uw kind opletten en wat moet het doen? Maak een overzicht van belangrijke zaken die u aan uw kind wilt vertellen.

Bij 1 tot 4 jaar. De onderzoeken en het starten van een behandeling kan een grote invloed hebben op uw kind. Door dat het lastig is in deze leeftijd het uw kind uit te leggen, zal u kind het meer als een last ervaren en hier stress van onder vinden. Tot 3 jaar krijgt u kind weinig mee van de diagnose en de signalen en is het lastig deze aan te geven. Vanaf 3 en 4 jaar kunt u aan de hand van boeken en pictogrammen de grote lijnen uitleggen van een diagnose. Benoem hier de positieve kant van de diagnose.

Bij 5 – 10 jaar is uw kind in de leeftijd van de basisschool en kunt u steeds meer uitleg geven over een diagnose. Benoem de beide kanten van een diagnose. Bijvoorbeeld als u kind vaak driftbuien heeft en bij de gestelde diagnose hoort dit signalen, vertel u kind dan dat u samen gaat zorgen dat de buien minder worden. Zo maakt u van iets negatiefs iets positiefs en heeft u een doel waar aan gewerkt kan worden.

Wanneer u kind in deze leeftijd is, word het steeds zelfstandiger, laat uw kind een deel van het gesprek met de arts voeren. Maak samen met uw kind een lijstje met vragen die uw kind aan de arts kan stellen over de diagnose. Zo maakt u kind direct contact met de arts waardoor de arts minder stress geeft. Zo leert uw kind vragen te stellen over de problematiek en de problematiek te begrijpen. Hierdoor krijgt uw kind meer zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld van de diagnose.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.