Trauma

1 Wat is het?

De betekenis van een trauma is: een trauma is een het Grieks woord voor wond. Een trauma is een gewelddadig incident die uw leven in de greep houd. Door het trauma word het lastiger een gewoon normaal leven te lijden. Een trauma kan komen door lichamelijk of geestelijk geweld. Een trauma ontstaat door dat personen heftige dingen meemaken. Aan het trauma word u dagelijks herinnerd door bijvoorbeeld geuren, geluiden of een soort gelijke situatie. Doordat het dagelijks aanwezig is beïnvloed het uw dagelijkse leven.

Een trauma van 1 schokkende gebeurtenis of voor langere tijd blootgesteld aan geweld of oorlog. En schokkende gebeurtenis valt goed te behandelen. Als het voor langere tijd is, is dit er lastig. Hoe langer het trauma in stand word gehouden en niet word behandeld, groeit het trauma, hoe lastiger het is om deze voldoende te behandelen.

Een PTSS begint vaak bij een trauma opgelopen uit een zeer nare gebeurtenis. Dit trauma heeft invloed op uw dagelijks leven. Hoe veel last u van het trauma heeft bepaald voor een groot deel de ernst van de PTSS. Daarnaast is het soort trauma en hoe u deze heeft opgelopen van invloed. Bijvoorbeeld een militair in oorlogsgebied heeft een andere PTSS dan bijvoorbeeld iemand die een ernstig ongeluk heeft meegemaakt.

2 herkennen

De soorten trauma’s:

  • Enkelvoudig trauma = Er is 1 trauma door een traumatische gebeurtenis.
  • Chronisch trauma = wanneer de gebeurtenis zich lange tijd heeft afgespeeld.
  • Meervoudig trauma = een opstapeling van traumatische gebeurtenissen. Zoals een combinatie van geweld en mishandeling en verkrachting.
  • Meervoudig complex trauma (cptss)= Opstapeling van trauma’s op meerdere gebieden. Dit heeft vaak invloed op de persoonlijkheid en begint vaak vanaf de jeugd bij bijvoorbeeld emotionele verwaarlozing.

Niet elk trauma is een PTSS.

Een PTSS trauma heeft u als u niet meer kunt slapen door nachtmerries, als u het trauma herbeleeft, als u functioneren er onder lijd en als u dagelijks hierdoor veel stress en onrust ervaart. Niet ieder persoon reageert hetzelfde op het trauma, hierdoor is het lastig vast te stellen of het om een PTSS gaat. Een klein trauma zoals fietsongeluk, kan binnen enkele weken van zelf verdwijnen, een groot trauma zoals huiselijk geweld, kost langer de tijd om het te verwerken.

3 behandeling

Een klein trauma kan u overheen komen, een midden tot groot trauma is het belangrijk de signalen bij te houden en hulp te zoeken bij de oplossing van het trauma. Een klein trauma verdwijnt meestal binnen 2 weken, of verminderd binnen deze tijd. Een midden trauma is na die tijd nog steeds duidelijk aanwezig en u krijgt hier steeds meer last van. Het dagelijkse leven word lastiger om alles op orde te houden Een groot trauma word naar 6 maanden een PTSS, de persoon heeft herbelevingen van het trauma en heeft problematiek in het dagelijks leven.

4 gevolgen

  • Chronische traumatisering kan de hersenen aantasten, ernstige biologische, psychologische en sociale schade oplopen.
  • Het ontwikkelen van een PTSS
  • Door de emoties en de gedachten achter het trauma kan het zijn dat schoolprestaties minder worden. Het hoofd is meer bezig met het trauma en de vele gedachten dan dat u zich kan concentreren op school.

Vormen trauma’s

  • Acute traumatische stressstoornis hierbij heeft de persoon last van sterke gevoelens van angst, afschuw, machteloosheid en hulpeloosheid, dit kom overeen met de signalen van PTSS voor minder dan 3 maanden.
  • Aanpassingsstoornissen hierbij heeft de persoon last van
    • Angst of gespannenheid – nervositeit, onrust, rusteloosheid; bij kinderen separatieangst.
    • Depressie – hopeloosheid, huilbuien, somberheid.
    • Gecombineerd angstig en depressief.
    • Gedragsproblemen – negeren van normen en regels, onaangepast gedrag; bij kinderen spijbelen, brutaliteiten, vechten, vandalisme.
    • Gecombineerd emotioneel en gedragsgestoord – depressie en/of angst gecombineerd met een gedragsstoornis of onaangepast gedrag.
    • Niet anderszins omschreven – psychosociale stress, lichamelijke klachten, teruggetrokkenheid, verminderde prestaties of concentratieproblemen bij werk of studie.
  • Dissociatieve stoornis hierbij is de persoon angstig, kan dagdromen of verstrooid zijn. dit onder andere voor bij PTSS en borderline.
  • Complexe posttraumatische stressstoornis de signalen zijn chronisch en op meerdere gebieden.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.