Taalontwikkelingsstoornis

1 Wat is het?

7% van de kinderen heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS) (gemiddeld 2 kinderen per klas). Veel kinderen in Nederland hebben een tos, maar ook vele volwassen, hier word vaak weinig tot geen aandacht aanbesteed. Als een kind een tos heeft op jongere leeftijd houd het kind deze ook als het volwassen is. .

Een tos is onderverdeeld in:

  • Taalbegrip stoornis: een persoon begrijp woorden en zinnen niet goed
  • Taalproductie stoornis: een persoon leert langzaam of geen nieuwe woorden en heeft moeite met het maken van zinnen
  • Fonologische stoornis: een persoon spreekt onverstaanbaar en wisselt veel klanken onderling.

Bij sommige kinderen duurt het wat langer voor er een goede taalontwikkeling op gang komt. Een op de tien Nederlanders tussen de 16 en 65 jaar is laaggeletterd. Een tos kan bij iedereen voorkomen en kan samen hangen met een andere diagnose zoals bij bijvoorbeeld autisme. Bij volwassen word er vaak niet meer gekeken naar een tos, maar zijn andere diagnose meer voor de hand liggend als autisme. Een persoon zou eerder deze diagnose krijgen dan een behandeling of begeleiding bij een tos. Alleen wanneer het op een jongere leeftijd word vastgesteld is er een kans dat de tos verbeterd

De achterstand die is opgelopen is vaak te verbeteren, maar zal nooit geheel weggaan. Het is een diagnose waar een persoon mee moet leren leven en zichzelf moet stimuleren om de taal beter onder de knie te krijgen. Een logopedist is er om te voorkomen en behandelen van problematiek op het gebied van adem, stem, spraak, taal en gehoor en op de mondelinge communicatie van denken, horen, spreken en begrijpen. Een logopedist signaleert, herkent, onderzoekt en behandelt de problematiek. Een logopedist geeft voorlichting, advies en begeleiding aan kinderen en volwassen. Wanneer uw onder behandeling bent van een logopedist dan krijgt u huiswerk mee. Het is de bedoeling dat u het gene wat u heeft geleerd in de behandeling thuis dagelijks oefent.