signalen herkennen plan

5 Plan

  1. Houd voor een week bij welke signalen u het meest opvallen. Hoe vaak heeft u last van stemmingswisselingen en wat houd dit voor u in? Wat veranderd als u een bui heeft? Ieder persoon heeft last van stemmingswisselingen, maar hoe meer buien u heeft, hoe groter de kans dat er ook andere problematiek is. Door het bijhouden van het schema komt u er achter of u meer dan 3x per week buien heeft. Als dit zo is dat is het advies hulp te gaan zoeken.
  2. Wat zijn de trigger achter de driftbui? Hoe boos word u? Hoe lang duurt een driftbui? De trigger achter de driftbui, hoe vaak komen deze voor in een week? Zijn de triggers van het gedrag of is er iets anders aan de hand waarom uw kind zich zo gedraagt?
    1. Als u het een cijfer mocht geven wat zou het dan zijn van 1-5? Waarom dit getal en niet 11 hoger of 1 langer? wat maakt verschil? Wat is ervoor nodig al om het 1 cijfer hoger te laten zijn?
    2. Houd voor uw zelf bij wanneer u boos word en wanneer het eigenlijk net iets te ver is gegaan. Probeer antwoorden te vinden op vragen zoals wat was de gebeurtenis op dat moment toen u boos werd? Wat was de druppel? Hoe kunt u deze druppel in de toekomst voorkomen? Door dit voor uzelf duidelijk te hebben wat de punten waren kunt u ze in de toekomst makkelijker voorkomen. De boosheid is al geweest dit kunt u niet meer veranderen, maar zie het als en leermoment voor u zelf. Vraag uzelf eens af: is dit goed voor mij? Antwoord nee? Stop. Is dit goed voor het kind? Antwoord nee? Stop.
  1. Doel: Door het bijhouden van het dagboek krijgt u meer inzicht in de problematiek achter de gevoelens en gedachten en het gene wat u bezig houd waardoor u moeilijker de rust kunt vinden.
  2. Vragen: Hoe waren de emoties vandaag? Van welke had u veel last? Hoe komt dit en wat heeft u er aan gedaan?
  1. Na een week bekijkt u de lijst en neemt u de 3 signalen die het vaakst voorkomen.
    1. Hoe komt het dat u meer last heeft van stemmingswisselingen? Is er iets gebeurt? Welke invloed heeft dit op uw gedrag, hoe is uw gedrag veranderd?  Wanneer u deze onder controle kan houden, worden stemmingswisselingen minder. Probeer er achter te komen wat de wisselingen veroorzaakt. Door achter de oorzaak te komen van de wisselingen kunt u de wisseling van te voren te stoppen of te verminderen. Het vermijden van plekken of personen is een slecht idee, hierdoor is de kans groot dat u steeds meer plekken gaat vermijden en u steeds minder buiten komt en zo in een sociaal isolement terecht komt.
  2. Hoe kunt u deze signalen verminderen? Wat heeft u hiervoor nodig? Gaat u naar een omgeving waar het druk is of waar u veel stress ervaart, probeer u zo goed mogelijk voor te bereiden op de activiteit, bedenk een plan wat u doet als de stress te hoog is, stel u in dat u het op zijn minst even kunt gaan proberen in plaats van het direct te zeggen nee ik ga niet omdat het te druk is. Schrijf na de activiteit op hoe het is gegaan, wat ging er goed, waar bent u blij mee, wat ging minder goed, wat zou u graag anders doen?
  3. Houd deze week de 3 signalen bij en kijk of er verandering optreed.
  4. Houd het dagboek dagelijks bij, voor een volledig overzicht, wees hier in eerlijk naar u zelf.
  5. Maak een activiteitenlijst/to do list die past bij de signalen, deze gebruikt u wanneer 1 van de signalen te hoog op loopt.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.