Geheugen

Stap 2 herkennen

Van een PTSS kunt u geheugenproblemen krijgen. Door de vele gedachten in uw hoofd, ofwel een vol hoofd is het lastiger alles te onthouden. Vaak onthoud u de zaken van de korte termijn minder goed, maar bijvoorbeeld een week later herinnerd u zich het wel. Het trauma staat vaak op de voorgrond, uw gedachten en geheugen is hier een groot deel van de dag mee bezig. Hierdoor lijkt het of u minder opneemt van de wereld om u heen en u zich het niet kan herinneren. Hoe meer last u heeft van het trauma hoe minder het geheugen andere zaken opslaat, waardoor u meer vergeet.

Het lichaam is bezig met stress en het omgaan met de stress, het onderdrukken of het er laten zijn. Bij kost veel energie maar zorgen er voor dat u minder nadenkt over zaken van het moment. Het korte termijn geheugen word aangetast door het trauma en de stress en de gedachten wat onbehandeld is.

Bij een PTSS krijgt u vaak anti depressiva voor geschreven. Dit dempt de gedachten maar hierdoor kunt u het ook minder makkelijk onthouden.

Voor iemand met een onbehandelde PTSS kan het erg lastig zijn een gesprek te voeren en zich bij het gesprek te houden en de informatie op te slaan. Meestal word een gesprek een warboel voor de persoon. De gedachten gaan vaak snel en het trauma is aanwezig. De persoon moet zich concentreren op het gesprek wat meer inspanning vraagt. Aandachtig luisteren om te antwoorden. Hierdoor kan het zijn dat de persoon geen antwoord weet in het gesprek of voor zich uit staart. Wanneer dit gebeurt word het gesprek als het ware gewist en weet de persoon niet meer hoe het gesprek begon of wat er net is gezegd of gevraagd.

Het geheugen gaat beter werken als u minder pieker gedachten heeft en het trauma is verwerk en meer op de achtergrond staat. Hierdoor krijgt u meer rust in uw hoofd en kunt u beter na denken over het hier en nu en in het voeren van gesprekken.

Basiscognitie = aandacht, leren, geheugen, waarneming, denken en taal. Personen merken vaak als eerste problematiek op het gebied van cognitieve problemen. Hieronder vallen problemen op het gebied van weten, waarnemen en begrijpen. Door deze problemen hebben de personen vaak moeite met de concentratie en het geheugen en word de denksnelheid minder. Oriëntatie in tijd, plaats, persoon en ruimte gaat vaak achteruit. De personen hebben vaak minder goed tijdsbesef, zoals hoe lang is 5 minuten, word dan snel 20 minuten. De meeste personen hebben moeite met het oriënteren in ruimte en plaatsen, zo weten ze wel hoe ze ergens zijn gekomen, maar vergeten vaak de terug weg, of bij binnenkomst in een ruimte gaat de persoon direct opzoek naar een nooduitgang.

Metacognitie = beoordelingsvermogen, redenatievermogen en realiteitszin. Het beoordelingsvermogen van personen is meestal zwart wit. Het is iets goed of het is fout, er is geen midden weg. Door het volle hoofd is het voor de personen lastiger een oordeel te vormen.

Het redenatievermogen = logische denken, de personen denken vaak simpel en kort. Hoe simpeler, hoe makkelijker uit te voeren en hoe makkelijker te onthouden. Hierdoor is het probleemoplossend vermogen vaak groter, simpel en kort. Door probleemoplossend te denken hebben de personen minder last van stress en maken zich niet blijvend zorgen over een probleem, dit geeft de persoon rust. Problemen met het coördineren van dagelijkse en/of complexe handelingen, de personen hebben vaak veel moeite met het op orde hebben en houden van dagelijkse activiteiten. Hoe meer handelingen te gelijkertijd, hoe meer stress, en hoe lastiger het is voor de persoon. Voor deze personen is structuur, ritme en regelmaat erg belangrijk en afwijken hiervan zorgt voor grote problemen. De realiteitszin word minder, doordat de gedachten de persoon aan dingen uit het verleden laat denken, hierdoor leven veel personen met psychische problematiek in het verleden en niet in het hier en nu. De personen hebben moeite met het aanbrengen van structuur, ritme en regelmaat, om een betere toekomst te krijgen.

Het empathie vermogen = inlevingsvermogen = gaat achteruit, omdat de persoon een schild om zich heen bouwt en weinig emoties of gevoelens kan tonen. De personen kunnen zich moeilijker inleven in de ander, omdat de persoon vaak te veel heeft aan de eigen problematiek.

Sociale cognitie = emotie, praktische taalvaardigheden en empathie. Personen hebben vaak moeite met het onder controle houden van emoties en gevoelens. De personen hebben vaak last van stemmingswisselingen. Dit kan er voor zorgen dat er meer druk in het hoofd is en de persoon hierdoor meer last van hoofdpijn heeft. De praktische taalvaardigheden gaan meestal achteruit omdat er niet voldoende concentratie is om een artikel of een boek te lezen. Wanneer een persoon aan het lezen is dan, word er vaak vergeten wat er is gelezen en zo kan de persoon 10x het artikel lezen en nog niet begrijpen wat er staat of waar het over gaat. Hierdoor gaat de persoon steeds minder lezen, waardoor het steeds verder achteruit gaat.

Stap 4 gevolgen

  1. Geen of minder genegenheid kunnen tonen naar anderen. Weinig energie hebben, chronische vermoeidheid. Een verminderde weerstand.
  2. Psychosomatische klachten. Depressieve gevoelens. Lezen – stop door vermoeidheid, te moe om te lezen – grotere achteruitgang – niet meer kunnen lezen. De gedachten zijn meer op de voorgrond ipv dat u een gesprek kunt voeren.
  3. Vaker dan 2x per week iets vergeten of gesprekken niet kan terug halen duid op geheugenproblematiek. Daarnaast krijgt u vaak een verminderd tijdbesef, hoe lang duurt een uur of ik heb net bezig maar bent al uren verder. Het is daarom belangrijk om dagelijks het geheugen en concentratie te trainen, door bijvoorbeeld spelletjes te doen, te blijven lezen en begrijpend te lezen of door puzzels te maken.
  4. Daarnaast is het aan te raden om een PTSS dagboek bij te houden voor al uw gedachten, om deze van u af te schrijven. Het hoofd is te vol om u hoofd bij het boek te houden en het lezen word uitgesteld. Door de vele gedachten, vol hoofd, stress, neemt het hoofd minder op. Door dat het steeds niet lukt, stopt u met lezen of gaat u steeds minder lezen. Hierdoor word het probleem groter.

stap 5 Plan

Geheugen

  1. Komt het geheugen te kort door een vol hoofd of pieker gedachten? Of is er iets anders aan de hand? Hoe vaak vergeet u dingen in een week? Wat waren dit voor dingen? Maak een overzicht van uw geheugen in een dagboek met schema, schrijf op wat minder goed gaat. Houd dit enkele weken bij en maak het bespreekbaar.
  2. Werkt u geheugen een stuk minder laat het onderzoeken in het ziekenhuis. Zij kunnen u advies geven wat u kunt doen om ergere te voorkomen of het korte termijn geheugen te verbeteren. Doe zelf onderzoek naar uw geheugen. Kijk een programma op tv. Probeer aan het eind te herinneren wat u aan het begin zag en hoe het verder ging? Hoe goed lukt dit? Door dit vaak te doen traint u uw geheugen.
  3. heeft u last van problematiek met het korte termijn geheugen? Houd uw geheugen dagelijks actief . Speel regelmatig kaart en geheugenspelletjes om het geheugen te blijven trainen. Probeer de dag uitdaging van microsoft solitaie Collection, 5 leuke kaart spellen. Schrijf dingen op in uw agenda als extra geheugensteun

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.