cognitie

Basiscognitie = aandacht, leren, geheugen, waarneming, denken en taal. Personen merken vaak als eerste problematiek op het gebied van cognitieve problemen. Hieronder vallen problemen op het gebied van weten, waarnemen en begrijpen. Door deze problemen hebben de personen vaak moeite met de concentratie en het geheugen en word de denksnelheid minder. Oriëntatie in tijd, plaats, persoon en ruimte gaat vaak achteruit. De personen hebben vaak minder goed tijdsbesef, zoals hoe lang is 5 minuten, word dan snel 20 minuten. De meeste personen hebben moeite met het oriënteren in ruimte en plaatsen, zo weten ze wel hoe ze ergens zijn gekomen, maar vergeten vaak de terug weg, of bij binnenkomst in een ruimte gaat de persoon direct opzoek naar een nooduitgang.

Metacognitie = beoordelingsvermogen, redenatievermogen en realiteitszin. Het beoordelingsvermogen van personen is meestal zwart wit. Het is iets goed of het is fout, er is geen midden weg. Door het volle hoofd is het voor de personen lastiger een oordeel te vormen.

Het redenatievermogen = logische denken, de personen denken vaak simpel en kort. Hoe simpeler, hoe makkelijker uit te voeren en hoe makkelijker te onthouden. Hierdoor is het probleemoplossend vermogen vaak groter, simpel en kort. Door probleemoplossend te denken hebben de personen minder last van stress en maken zich niet blijvend zorgen over een probleem, dit geeft de persoon rust. Problemen met het coördineren van dagelijkse en/of complexe handelingen, de personen hebben vaak veel moeite met het op orde hebben en houden van dagelijkse activiteiten. Hoe meer handelingen te gelijkertijd, hoe meer stress, en hoe lastiger het is voor de persoon. Voor deze personen is structuur, ritme en regelmaat erg belangrijk en afwijken hiervan zorgt voor grote problemen. De realiteitszin word minder, doordat de gedachten de persoon aan dingen uit het verleden laat denken, hierdoor leven veel personen met psychische problematiek in het verleden en niet in het hier en nu. De personen hebben moeite met het aanbrengen van structuur, ritme en regelmaat, om een betere toekomst te krijgen.

Het empathie vermogen = inlevingsvermogen = gaat achteruit, omdat de persoon een schild om zich heen bouwt en weinig emoties of gevoelens kan tonen. De personen kunnen zich moeilijker inleven in de ander, omdat de persoon vaak te veel heeft aan de eigen problematiek.

Sociale cognitie = emotie, praktische taalvaardigheden en empathie. Personen hebben vaak moeite met het onder controle houden van emoties en gevoelens. De personen hebben vaak last van stemmingswisselingen. Dit kan er voor zorgen dat er meer druk in het hoofd is en de persoon hierdoor meer last van hoofdpijn heeft. De praktische taalvaardigheden gaan meestal achteruit omdat er niet voldoende concentratie is om een artikel of een boek te lezen. Wanneer een persoon aan het lezen is dan, word er vaak vergeten wat er is gelezen en zo kan de persoon 10x het artikel lezen en nog niet begrijpen wat er staat of waar het over gaat. Hierdoor gaat de persoon steeds minder lezen, waardoor het steeds verder achteruit gaat.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.