Angst

2 herkennen

Bij angst krijgen personen last van:

  • hartkloppingen, zweten, koude rillingen, duizeligheid, beven.
  • benauwdheid, een vervelend gevoel in de borst;
  • tintelingen of een doof gevoel in handen en/of voeten;
  • droge mond, misselijkheid, maagpijn, braken of diarree;
  • hoofdpijn, rood worden, flauwvallen;
  • verwarring: u weet niet meer goed wie of waar u bent;
  • het gevoel dat u de controle over uzelf verliest.
  • Vermijden plaatsen, situaties of personen.

De basis van veel gedrag is angst en onzekerheid. We voelen ons allemaal een beetje onzeker in deze uitdagende wereld. Bijna elk gedrag heeft als doel deze angst en onzekerheid te vermijden. Meestal doen we dat op een positieve manier, door bijvoorbeeld te werken aan onszelf of onze doelen. Een angststoornis veroorzaakt heftige angsten in het dagelijks leven, zonder dat er echt gevaar is.

Burenoverlast

  1. Door burenoverlast kunnen er vaak angstige momenten zijn. Vooral voor personen die alleen wonen en de overlast in de nacht is. De paniek die personen ervaren komen vaak terug. Het geluid herinnerd ze aan de paniek en angst van de keer daarvoor. Wanneer dit geluid er is, is er vaak een herbeleving. Van deze paniek kan een persoon een trauma oplopen. De persoon voelt zich niet meer veilig in zijn eigen huis.
  2. De angst en paniek kan komen door bijvoorbeeld een voordeur die word dicht gesmeten. Hierdoor kan het in de nacht lijken of het uw eigen voor deur is. Als er daarna word gestampt in de gang lijkt er of er echt iemand binnen komt. Ook al weet u dat uw deur op slot zit.
  3. Door deze paniek reactie gaat u kijken wat het was of dat er niemand binnen is. Al uw buren veel overlast veroorzaken komt dit vaak neer op dat u lange tijd rondjes loopt door uw huis om te controleren of als nog goed is. Hierdoor gaat u zich nog meer focussen op geluiden in huis en gaat u steeds vaker lopen. Hierdoor word de persoon nog onrustiger en neemt de paniek toe. Door steeds te gaan kijken word de nachtrust steeds korter.
  4. Bij personen met een diagnose of hooggevoeligheid kan de paniek in een keer toeslaan tot topniveau bij bijvoorbeeld een onverwacht hard geluid zoals bij PTSS of autisme. Bijvoorbeeld door het hard dicht smijten van een deur of iets heel hard laten vallen. Dit geeft een harde knal, dit geeft schrik en gaat vanuit daar over in paniek. Bij deze personen maakt het niet uit of het geluid vaker voort komt, elke keer zal de persoon in een paniekaanval komen. Een persoon kan hier een gehele dag last van hebben als er 1 deur is gesmeten, door dat de gedachten blijven opkomen.
  5. Als een persoon een trauma heeft opgelopen van de situatie zal dit lange tijd bij blijven. Als er bijvoorbeeld is ingebroken, hoe de persoon herinneringen aan de inbraak. Elke keer als er iets gebeurt op die plek kan dit opnieuw zorgen voor paniek en stress. De persoon blijft vaak zitten met de gedachten dat het vandaag nog een keer kan gebeuren en is hierop erg alert.

Zo begint u:

Het is voor u lastig dat u niet gehoord word in uw problematiek en u niet begrepen voelt. Er zijn een aantal dingen die u kunt proberen om de problematiek uit te leggen.

  1. Wat is de trigger die de paniek veroorzaakt? Hoe vaak heeft u dit? Is het alleen op momenten net als het sollicitatiegesprek of ook in de supermarkt? Probeer zoveel mogelijk de punten te herkennen die ervoor zorgen dat u de angst heeft, noteer deze in het angst schema of trigger  schema.
  2. Hoe ziet u paniekaanval eruit? Hoe merkt u van te voren dat u paniek gaat krijgen? Veranderd u gevoel of gedachten of uw stemming? Hoe lang duurt een aanval? Noteer zoveel mogelijk punten die u kunt herinneren van een aanval, deze kunt u de volgende keer herkennen en hierdoor eerder herkennen en een aanval minder aanwezig laten zijn.
  3. Het is belangrijk om de angst/paniek te blijven bespreken, probeer dit ook vooral op het moment zelf uit te leggen. Zodat het duidelijk is aan de hand van de situatie. Alleen door het te blijven bespreken en uit te leggen, kunt u meer begrip krijgen voor de situatie.
    1. op het internet vind u filmpjes over een angststoornis en hoe dit in zijn werking gaat voor een persoon zelf. Deze kunt u als voorbeeld gebruiken bij het uitleggen van de angststoornis.
    2. vraag een folder aan die u kunt geven zodat ze er meer over kunnen lezen.
    3. Neem de personen mee naar een gesprek die u meer kan vertellen over uw angst en geef hierbij duidelijk de punten die u herkend en hoe dit voor u is.