5G = Gebeurtenis, Gevoel, Gedachten, Gedrag, Gevolg

5G

5G = Gebeurtenis, Gevoel,  Gedachten, Gedrag,  Gevolg. De gevoelens worden weergegeven in het 5g schema, gebeurtenis, gedrag, gevoel, gedachten, gevolg. Door deze 5 punten te benoemen bij stress, Wat is er gebeurt? Wat was het gedrag van u? Wat was u gevoel op dat moment? Waar dacht u aan op dat moment? Wat was het gevolg van de stress? kunt achter de oorzaak komen van de stress en een oplossing bedenken hoe u in de toekomst minder stress kunt ervaren als u op dezelfde plek bent.

Ik voelde me …… omdat …… Ik voelde mijn gestrest omdat ik te veel werk had.

  • Omschrijving: Een gevoel is een prikkel in het lichaam, wanneer u bijvoorbeeld bang, boos, bedroefd of blij bent. Door emoties kan uw gevoel veranderen in stress of onrust, paniek of angst, hierdoor kan u een bui krijgen en meer negatieve gedachten.
  • Doel: Het herkennen en erkennen van gevoelens en het omgaan met gevoelens
  • Vragen: Hoe was uw gevoel vandaag? Heeft u stress ervaren en waar kwam dit door? Waar was u? wanneer gebeurde het? Wat is de oorzaak hiervan? Wat was uw gevoel? Wat was het gevolg van de gedachten en gevoelens?
  • Schema: 1. angst schema  2. 4b en 5g schema 3. trigger schema

Mijn gedrag was …. omdat …… Mijn gedrag was boos, omdat ik toch wild presteren.

  • Omschrijving:  Het gedrag van een persoon verschilt van persoon op persoon. Hoe iemand reageert op een situatie is altijd een vraag, dit kan het soms lastig maken wanneer personen last hebben van buien en/of stemmingswisselingen.  De buien komen vaak te past en te onpas op zetten en hierdoor is de persoon van blij binnen een seconde boos.Door te veel prikkels te ervaren in een winkelcentrum of ergens anders kan het zijn dat de persoon plekken gaat vermijden, omdat het niet de prikkels wilt hebben en zich geen weg weet met de prikkels. Door het vermijden van een plek is de kans groot dat het steeds vaker voorkomt en de persoon steeds meer plekken gaat vermijden.Bij elke diagnose horen bepaalde signalen. Deze signalen worden vaak door naasten behandelaar gezien als de persoon heeft meer dan de helft van de signalen. Er word minder gekeken naar de persoon zelf en de signalen de persoon zelf. Hierdoor kan het zij dat de behandelaar niet  goed de signalen oppakt en hierdoor niet volledig kan worden gewerkt aan de signalen, waardoor de persoon met de klachten blijft zitten.
  • Doel: Het onder controle krijgen van u gedrag en de buien.
  • Vragen: Welk gedrag is gepast in de situatie? Hoe kunt u stemmingswisselingen verminderen en/of voorkomen? Hoe vaak veranderd u gedrag? Hoe goed kent u uw eigen signalen achter uw gedrag?
  • Schema:  1. afleidingsschema 2. 4b en 5g schema 3. trigger schema

Mijn gedachten waren …. omdat …. Mijn gedachten waren somber omdat ik wist dat het niet kon.

  • Omschrijving:  Gedachten kunnen zowel positief als negatief zijn, bij negatieve gedachten zijn deze geprikkeld of uw heeft veel opkomende gedachten die u niet lost laten. De gedachten komen te pas en te onpas opzetten en zijn moeilijk te vermijden.  Negatieve gedachten komen vaak door nare gebeurtenissen of door veel stress hierdoor word een persoon somber of depressief. De negatieve gedachten kunt u veranderen door er een positieve gedachten tegen over zetten.
  • Doel: Het veranderen van de gedachten
  • Vragen: Wat waren de gedachten die het meest door uw hoofd gingen vandaag? Waren deze positief of negatief? Wat zorgde ervoor dat het positief of negatief was? Wat heeft u gedaan om de gedachten te veranderen?
  • Schema: 1. afleidingsschema 2. 4b en 5g schema 3. trigger schema

Er is .. gebeurt, hierdoor ben ik nu …. Er is iets groots gebeurt, hierdoor ben ik nu nog meer gestrest.

  • Omschrijving: Een gebeurtenis kan zowel positief als negatief zijn. De meest positieve zijn bijvoorbeeld feestjes of uitjes, deze zijn vrolijk en personen worden er vaak blij van. De meest negatieve gebeurtenissen zijn bijvoorbeeld oorlog of geweld. Wanneer u een negatieve gebeurtenis heeft meegemaakt is de kans groot dat u een trauma heeft opgelopen, maar niet iedere nare gebeurtenis is een trauma. Door te veel prikkels kan een persoon plaatsen vermijden, om de prikkels niet te hoeven ontvangen.
  • Doel: Het voorkomen van vermijden van plaatsen of personen
  • Vragen: Wat is er gebeurt? Waar bent u geweest? Was dit leuk? Heeft er een goede herinnering aan? Heeft u te veel prikkels gekregen, wat heeft u toen gedaan?
  • Schema: 1. Algemeen schema  2. 4b en 5g schema 3. trigger schema

Het gevolg was … hierdoor voel ik me nu …. Het gevolg was dat ik nu langer moet werken, hierdoor voel ik me nu nog slechter.

  • Omschrijving: Elke gebeurtenis/problematiek heeft een oorzaak en gevolg.  Het gevolg van een gebeurtenis of een actie kan op verschillende manieren uitpakken. Door een prikkel krijgt u stress, door de stress krijgt u stemmingswisselingen, krijgt u meer onrust en hierdoor krijgt u een stress bui. Hoe meer aandacht u besteed aan signalen en prikkels hoe meer alert u bent op de gevolgen van een prikkel, waar u makkelijker een actie kunt nemen. Hierdoor kunt u de gevolgen verminderen.
  • Doel: Het herkennen en erkennen van de oorzaak en gevolg.
  • Vragen: Wat zijn de gevolgen als ik plekken ga vermijden? Wat is het gevolg van een bui? Wat is gevolg van een actie, alertheid of aandacht?
  • Schema: 1. afleidingsschema 2. 4b en 5g schema 3. trigger schema
  1. Print het schema uit
  2. Het schema kunt u dagelijks bijhouden om er achter te komen welke emoties en welke gevoelens u triggeren. Het G-schema is een hulpmiddel dat gebruikt kan worden om erachter te komen welke (onbewuste of automatische) gedachten ertoe leiden dat een bepaalde gebeurtenis bepaalde gevoelens bij u oproept.
    1. Welke gedachten heeft u en waar komen deze vandaan? Deze gedachten zijn zorgen voor uw gevoel en uw emoties.
    2. Vervang de gedachten die u heeft door andere gedachten, door aan leuke dingen te denken.
    3. Hoe zou uw gevoel willen veranderen? Wat is hiervoor nodig?
    4. Welke gevolgen kan het hebben wanneer u de gevoelens en gedachten houd? Of dat u er iets aan gaat doen? Beschrijf eerst de gebeurtenis en het gevoel. Ga pas dan op zoek naar de verbindende gedachte(n) die over die gebeurtenis gaan en leiden tot het gevoel. Uitdagen van een gedachte:
    • Neem een gedachten in gedachten
    • Wat is de geloofwaardigheid van de gedachte? (0 tot 10)
    • Schrijf meerder alternatieve gedachten op
    • Wat is de geloofwaardigheid van al die gedachten (0 tot 10)
    • Hoe zeer gelooft u nog in de oorspronkelijke gedachte gelooft (0 tot 10).
  3. Hoe werkt het schema? Het schema kunt u wekelijks uitprinten en in een schrift of map bij elkaar bewaren, zodat u een overzicht heeft van een lange tijd en u de problematiek kan vergelijken met andere weken. Zo weet u of het beter gaat en wat de vorderingen zijn of waar nog extra aandacht aan moet worden besteed. Een 1 is slecht 10 is geweldig.   Stap 1. Wanneer u een vervelend gevoel merkt bijvoorbeeld somberheid. Zet dit gevoel in het schema. Stap 2. Schrijf bij gebeurtenis alleen op wat objectief is waar te nemen. Stap 3. Welke gedachten gaan er door uw hoofd? Stap 4. Schrijf op wat uw deed, uw gedrag. Stap 5. Schrijf vervolgens op hoe u uw in de beschreven situatie zou willen voelen en wat u zou willen doen. Stap 6. Stel bij elke gedachte die u heeft opgeschreven kritische vragen:
    • Is de gedachte waar?
    • Helpt deze gedachte mij om mijn doelen te bereiken?
    • Wat is de trigger achter de gedachten? Hoe kunt u deze aanpakken? Wat is daarvoor nodig?
  • Bang = Waar was u bang voor? Wat heeft u angst gegeven?
  • Boos = Hoe kwam u boos? Wat is er gebeurt? Bent u echt kwaad geworden?
  • Blij = Waar werd u blij van? Heeft dit een vervolg? Is het een idee voor het afleidingsschema?
  • Bedroefd = Waar werd u bedroeft van? Is er iets naars gebeurt? Heeft u veel gedachten hierover?
  • Gebeurtenis = Heeft u iets leuks beleeft? Ben u een stapje verder naar herstel?
  • Gedachten = Waren u gedachten positiefs gestemd? Zo nee, wat kunt u doen om ze beter af te stemmen?
  • Gevoel = Voelde u zich goed deze week? Had u minder last van uw emoties, gevoel en/of gedachten?
  • Gedrag = Bent u lekker naar buiten geweest? Heeft u goed gegeten? Alle administratie op orde en uw huis ook?
  • Gevolg = Van welke triggers had u last?

Het gedrag van een persoon is verbaal of non verbaal. In het onderstaande schema kunt u terug lezen welk soort gedrag u heeft. Door u bewust te zijn van uw gedrag achter het gevoel kunt u de trigger van het gevoel verminderen.

Schema 2


E-GGZ

E-GGZ

Welkom op het profiel van GGZ. GGZ staat voor geestelijke gezondheidszorg. Met de informatie die we delen willen we taboe op psychische problematiek verminderen en al het zou kunnen stoppen. Iedereen kent iemand met psychische problematiek, het zo een heel normaal onderwerp moeten zijn om te bespreken. De artikelen gaan over diagnose, medicatie en behandelaars. De diagnose waar ik over schrijf zijn o.a. autisme, borderline, ptss, depressie, hsp.