Steeds vaker hoor ik om me heen dat scholen het ‘stop hou op principe’ introduceren. Als een kind bepaald gedrag van een ander kind niet prettig vindt, leert hij ‘stop, hou ermee op!’ te zeggen, zodat de ander weet dat de grens bereikt is.

Bijvoorbeeld: Lotte van 5 is met de bal aan het spelen en Marijn van 6 pakt continu de bal af. Lotte vindt het niet meer leuk en roept tegen Marijn: ‘Stop, hou op, geef mijn bal terug!” (Met een gebarende hand erbij.) Ik hoor het kinderen om me heen steeds vaker zeggen: in de speeltuin, in de supermarkt en op het kinderdagverblijf. Ik begrijp de achterliggende gedachte van weerbaarheid en assertiviteit, maar ik ben er niet van gecharmeerd.

Over de ‘stop hou op methode’

Uit gesprekken met ouders heb ik begrepen dat deze manier van communiceren voortkomt uit de ‘leerkracht-stop-dank-je-wel-methode‘, bedacht door Theo Klungers en bedoeld voor communicatie tussen leerkracht en leerling. In de praktijk wordt deze methode ook bij kinderen onderling aangeleerd (en ook ouders passen het toe op hun kinderen). Op die laatste 2 aspecten wil ik verder ingaan.

Mijn blogpost is geen aanval op de methode van Klungers, maar een open discussie van hoe het ook anders kan. Het gaat mij dan vooral om hoe de methode in de praktijk (door scholen of ouders) wordt verbasterd tot een versimpelde versie die niet veel meer om handen heeft als een intimiderende waarschuwing om te stoppen met bepaald gedrag, bij conflicten tussen kind – kind of ouder – kind.

Vier belangrijke bezwaren

Ik heb 4 belangrijke bezwaren tegen deze manier van communiceren.

1. Je kind denkt niet na, maar handelt vanuit een gewoonte

De toon van ‘stop hou op’ werkt averechts en heeft een intimiderende toon. Kinderen leren op deze manier niet nadenken over hoe ze (anders) kunnen communiceren met elkaar.

Het is mogelijk om een kind al op jonge leeftijd een situatie in te laten schatten, hem na te laten denken over wat er is gebeurd en hem te laten zien wat oorzaak – gevolg is. ‘Stop hou op’ wordt een gewoonte om te zeggen in een onprettige situatie, terwijl deze zelfde situatie een mooie kans is om te leren van elkaar.

2. De effectiviteit neemt af

‘Stop hou op’ (of een variant daarop, zoals: “niet doen!”) wordt te pas en te onpas gebruik. Het wordt een gewoonte, waardoor de effectiviteit ervan afneemt. Zeg nou zelf, wat gebeurt er als iemand tegen je zegt: “Hou op daarmee!” Hoe voel je je daarbij? Is het een positieve associatie? Voel je je intrinsiek gemotiveerd om te stoppen met je handeling?

Kan het zijn dat je boodschap werkt en de ander stopt met zijn handeling? Natuurlijk wel. Doel bereikt, maar het proces er naartoe heeft (negatieve) neveneffecten, zoals onbegrip en een afbreuk aan de relatie tussen de 2 partijen (kind – kind of volwassene – kind).

3. Conflictsituaties worden veralgemeniseerd

Iedere interactie tussen kinderen (en volwassenen) is uniek. Door een methode als ‘stop hou op’ te introduceren veralgemeniseer je conflictsituaties. Bij een conflict tussen 2 kinderen zien volwassenen vaak alleen het moment van het conflict en niet de context en de interactie die eraan vooraf is gegaan. Hier begint het leren. Iedere interactie is een mogelijkheid om van elkaar te leren en begrip te stimuleren.

4. Verkeerde motivatie om te stoppen met het gedrag

Een vierde bezwaar is de motivatie van het kind om te stoppen met zijn of haar gedrag. Bij deze methode komt die motivatie namelijk voort uit de angst voor de consequentie van het gedrag. ‘Als je niet stopt met je gedrag dan zwaait er wat’ is de moraal.

Ook het ‘knippen in de vingers’ en ‘wijzen’ naar de persoon zijn vormen van non verbale intimidatie. Wanneer deze intimidatie niet werkt zullen we als mens nog meer op onze strepen gaan staan, wat leidt tot nog meer en harder vinger geknip, wijzen met de vingers of geklap in de handen.

Maar hoe dan wel? Leer je kind communiceren

Een voorbeeld:

Je bent met je dochter van 3 in het zwembad. Een ander meisje van een jaar of 5 is hard met een zwemplankje aan het kletsen op het water en je dochter krijgt het water (en ook bijna het voorwerp) steeds in haar ogen. Uitgaande van de geleerde stop methode zou je dochter als volgt reageren: “Stop, hou op met dat geklets in het water!”

De eerste optie is dat het andere meisje ophoudt met het gedrag. Een tweede optie is dat ze doorgaat met het gedrag. In beide gevallen wordt er weinig tot geen begrip gecreëerd tussen beiden.

Leer je kind de STA methode

Wat kun je wel doen? Leer je kind de STA methode, namelijk ‘Stop, Think, Act’. In een lastige situatie leer je ze eerst even stil te staan bij de situatie, dus niets te doen. Vervolgens denken ze na over de situatie. Wat voelt je kind bij de situatie en waarom vindt hij iets vervelend? Daarna gaat je kind handelen, door er bijvoorbeeld over te communiceren.

  • 1. In het voorbeeld van het zwembad betekent dat je dochter even niets doet op het moment dat ze al dat geplens van dat water in haar gezicht krijgt. Of ze doet een paar stappen terug, zodat ze er geen of minder last van heeft.
  • 2. Vervolgens laat je haar nadenken over wat er gebeurt en hoe ze zich daarbij voelt. Je kunt je kind daarbij helpen door vragen te stellen zoals: “Waarom vind je het vervelend wat er hier gebeurt?”
  • 3. Daarna kan je dochter het andere meisje benaderen en haar vertellen: “Zou je met dat geplens in het water op willen houden? Het water doet mij pijn in de ogen en ik ben bang dat de plank tegen mijn hoofd aankomt.”

In dit specifieke geval zei het andere meisje “Okay!” en ze stopte met slaan op het water. Een andere optie was geweest dat ze niet was gestopt met het gedrag. Dan zou je doorgaan met de communicatie. In beide gevallen wordt begrip gecreëerd tussen beiden.

Leer jezelf communiceren

Je kind is je spiegel. Zo cliché, maar zeker waar. Om je kind te leren communiceren zul je eerst zelf aan de bak moeten. Hoe vaak op een dag zeg jij tegen je kind “Hou daarmee op!”, “Niet doen!” of “Stoppen daarmee!”? En werkt het dan ook direct?

Wat kun je wel doen? Leer je zelf de STA methode aan! Dus eerst niets doen, vervolgens nadenken over de situatie en dan handelen / communiceren met je kind.

Een voorbeeld:


Mijn zoontje Juno van 3 is met zand aan het gooien in de zandbak. Een eerste reactie zou kunnen zijn: “Juno, hou daar onmiddellijk mee op!” In plaats daarvan doe ik het volgende:

  • Ik zie wat er gebeurt en doe even niets. Uiteraard kijk ik direct of er een gevaarlijke situatie kan ontstaan en dat is niet het geval.
  • Ik denk na over de situatie (dat gaat op een gegeven moment automatisch en snel) en over hoe ik Juno wil aanspreken op zijn gedrag. Ik ga niet vanaf een afstand naar hem roepen! (Het kan wel zijn dat ik rustig zijn naam roep van een afstand, maar alleen omdat ik zeker weet dat hij zal reageren, omdat we deze afspraak onderling hebben gemaakt; ik luister naar mijn naam als hij mij roept, hij luistert naar zijn naam als ik hem roep.)
  • Ik loop rustig naar Juno toe, zak door mijn knieën en maak oogcontact met hem. Ik zeg: “Juno, wil je ophouden met zand gooien, ik wil je uitleggen waarom het geen goed idee is om dit te doen.” Hij stopt met gooien en ik vraag hem waarom hij zand gooit. Zijn antwoord: “Mama, ik ben regen aan het maken!” Ik vertel hem dat dat heel leuk bedacht is, maar dat als hij zand gooit dit in de ogen van andere kinderen kan komen en dat doet pijn. Samen bedenken we een andere oplossing van hoe hij regen kan maken en zie hier het resultaat:

 

Bovenstaand voorbeeld zegt ook iets over de verbeeldingskracht van kinderen. Ze zijn vaak niet met opzet ‘vervelend’. Ze hebben gewoon meer fantasie dan wij.

Het werkt!

Soms dingen mogen echt niet. Maar als je een goede relatie opbouwt met je kind en hem of haar de ruimte geeft om na te denken en te communiceren over zijn motivaties, zal hij ook accepteren dat er dingen zijn die echt niet mogen.

Deze manier van communiceren kost geduld en wat vaardigheid, maar het levert je uiteindelijk veel meer op! Het is effectiever dan op een intimiderende manier communiceren met je kind, leuker en je leert er beiden van!