kinderen met autisme

Symptomen van autisme worden al in de baarmoeder zichtbaar doordat de hersenen zich op een andere manier ontwikkelen. Amerikaans onderzoek aangetoond. De onderzoekers hopen dat autisme nu sneller vastgesteld en behandeld kan worden.

Wetenschappers van de University of California, San Diego School of Medicine and the Allen Institute for Brain Science onderzochten 22 kinderen tussen 2 en 15 jaar oud, met en zonder autisme, na hun overlijden. Bij 90% van de kinderen met autisme werden onregelmatigheden vastgesteld in de lagen van de hersenschors en in de verbindingen tussen de verschillende hersendelen. Die onregelmatigheden kwamen vooral voor in hersenonderdelen die belangrijk zijn voor communicatie en taal.

Herstel verbindingen
Volgens de onderzoekers is het belangrijk autisme zo snel mogelijk vast te stellen. Door de plasticiteit van het brein van kleine kinderen, kunnen bepaalde verbindingen in de hersenen nog hersteld worden. Dat verklaart waarom de symptomen bij kleuters met autisme nog vaak verbetering kunnen vertonen. “Doordat we de vroege hersenontwikkeling van kinderen met autisme nu beter kunnen begrijpen, kan het ons helpen effectieve manieren te vinden om mensen met autisme beter te ondersteunen”, zegt Carol Povery van het Brits centrum voor autisme.

Meer weten
Klik hier voor een uitgebreider, Engelstalig bericht en een korte video op de website van University of California

Autisme of een daaraan verwante stoornis komt volgens de ouders bij bijna 3 procent van de kinderen voor. Het komt twee keer zo vaak voor bij jongens als bij meisjes. Ruim een kwart van de kinderen met autisme heeft ook symptomen van ADHD.

Bijna 3 procent van de kinderen van 4 tot 12 heeft volgens de ouders of verzorgers autisme of een aanverwante stoornis, zoals het syndroom van Asperger of PDD-NOS. Dat komt overeen met zo’n 43 duizend kinderen.

Twee maal vaker bij jongens
Deze stoornissen komen meer dan twee maal zo vaak voor bij jongens als bij meisjes. Het aandeel neemt toe met de leeftijd. Van de 4- tot 7-jarige kinderen heeft bijna 1 procent volgens de ouders autisme of een aanverwante stoornis. Bij de 10- tot 12-jarigen komt het voor bij 7 procent van de jongens en 3,5 procent van de meisjes. De toename komt waarschijnlijk vooral doordat de diagnose pas later wordt gesteld.

Behandeleltrajecten
Een deel van de kinderen met autisme of aanverwante stoornis wordt behandeld. In 2011 waren er binnen de tweedelijns curatieve geestelijke gezondheidszorg 26 duizend behandeltrajecten voor 4- tot 12-jarigen waarbij een van deze stoornissen werd geregistreerd. Jongens worden ruim vier maal zo vaak behandeld als meisjes. Het aantal behandelingen neemt toe met de leeftijd, van 0,8 per honderd 4- tot 7-jarigen, tot 2,5 per honderd 10- tot 12-jarigen. In deze laatste leeftijdsgroep werd 4 procent van de jongens en 1 procent van de meisjes behandeld.

Autisme én ADHD-symptomen
Ouders rapporteerden in de periode 2011/2013 bij ruim 3 procent van de kinderen van 4 tot 12 jaar ADHD-symptomen, ofwel hyperactiviteit met aandachtsstoornis. Dit blijkt vaak samen te gaan met autisme of een aanverwante stoornis. Van de kinderen met autisme heeft 26 procent ADHD-symptomen, van de kinderen zonder autisme 2 procent.

Meer weten?
Meer weten over deze cijers? Kijk dan op de website van het Centraal Bureau voor Statistiek.

De diagnose PDD-NOS in de kindertijd zegt niet alles over hoe het kind zich na de puberteit ontwikkelt. Circa 20 procent van de kinderen komt deze vorm van autisme te boven. Bij 40 procent van de kinderen met PDD-NOS gebeurt het omgekeerde: bij hen nemen de klachten na de puberteit juist toe.

Dat blijkt uit onderzoek van het Erasmus MC en de ggz-instelling Yulius, waarover GGZ Nieuws bericht naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant. Van PDD-NOS en andere verwante stoornissen uit het spectrum autisme werd aangenomen dat deze aandoeningen onveranderlijk zijn. Op deze aanname komt men nu voorzichtig terug. Met name voor kinderen met PDD-NOS lijkt de toekomst rooskleuriger. Twintig procent van deze groep kinderen voldoet na de puberteit niet meer aan de criteria voor de diagnose PDD-NOS. Ook het aantal bijkomende aandoeningen zoals stemmingswisselingen, gedrags- en angststoornissen, neemt bij deze groep af naar mate zij ouder worden. Van acht op de tien kinderen naar zes op de tien.

Belangrijk signaal
Zeven jaar lang zijn 72 patiënten van het Erasmus MC-Sophia gevolgd. Onderzoeksleider Kirstin Greaves-Lord. “Het is wel een belangrijk signaal dat deze vorm van autisme, PDD-NOS er niet levenslang hetzelfde uitziet. En het betekent dat we kinderen na de puberteit opnieuw moeten onderzoeken. Dat gebeurt nu meestal niet. De behandeling moet worden aangepast wanneer de klachten veranderen.”

Kinderen die na de puberteit de diagnose PDD-NOS kwijtraken, zou je ‘genezen’ kunnen noemen. Greaves-Lord gebruikt die term liever niet. “Ze blijven veelal belemmerd in het dagelijks leven door verminderd sociaal contact en hebben mede daardoor ook problemen op bijvoorbeeld school of werk. En vergeet niet: zes op de tien kampen ook na de puberteit nog met bijkomende problemen als angst, depressie of opstandig gedrag.”

Zwart-wit
Jan Buitelaar, hoogleraar aan de Radboud Universiteit en autisme-onderzoeker, is het eens met de conclusie van Greaves-Lord. “Het beeld van autisme als levenslange, onveranderlijke aandoening is te zwart-wit. In de puberteit kunnen de symptomen verergeren, maar ook verminderen – mede afhankelijk van het IQ van het kind. Opnieuw een diagnose stellen, wat nu niet vaak wordt gedaan, is daarom erg belangrijk.”

Te vaak krijgen meisjes geen diagnose autisme, terwijl zij wel diverse symptomen laten zien.

Emotionele en gedragsproblemen zijn bij meisjes medebepalend voor het krijgen van een diagnose. Dit betekent dat meer aandacht nodig is voor sekseverschillen bij autisme.

Dat blijkt uit onderzoek van promovenda Jorieke Duvekot van het Erasmus MC en Yulius. “Maar eigenlijk is het leed dan al geschied,” aldus hoofdonderzoeker dr. Kirstin Greaves-Lord. De onderzoekers publiceren hun bevindingen deze week in het wetenschappelijk tijdschrift Autism.

Anders
Bij meisjes komen de symptomen net wat anders tot uiting dan bij jongens. Uit het onderzoek blijkt dat meisjes die naast algemene autismekenmerken ook emotionele en gedragsproblemen hebben, vaker een diagnose autisme krijgen dan meisjes zonder die problemen. Bij jongens spelen de emotionele en gedragsproblemen een minder belangrijke rol bij het krijgen van een diagnose autisme.

Screening
Voor het onderzoek, dat werd geleid door dr. Kirstin Greaves-Lord, hoofd van het onderzoeksprogramma Autisme van de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie van het Erasmus MC en Yulius, werkten zes GGZ-instellingen samen om alle kinderen die werden aangemeld, te screenen op autisme. Ruim duizend kinderen, tussen de 2,5 en 10 jaar oud, ondergingen deze screening. Ondanks dat hetzelfde percentage jongens als meisjes een risicoscore op autisme kreeg op de screeningsvragenlijst, werden jongens na uitgebreid vervolgonderzoek ruim twee keer zo vaak met autisme gediagnosticeerd als meisjes.

Gevoeliger
Kenmerkend voor autisme zijn sociale-communicatieproblemen, beperkte interesses en moeite met veranderingen. “Omdat meisjes in het algemeen gevoeliger zijn voor sociale verwachtingen dan jongens, kunnen zij het als een grotere last ervaren als zij op sociaal vlak niet goed meekomen,” legt Greaves-Lord uit. “Zich toch proberen aan te passen en hun beperkingen verbergen, kost veel energie. Dat kan leiden tot angst, somberheid, boosheid of lichamelijke klachten. Eigenlijk is het leed dan dus al geschied.”

Onderidentificatie
De onderzoekers waarschuwen dan ook voor onderidentificatie bij meisjes. “Enerzijds moeten we niet te snel een diagnose geven. Anderzijds wil je voorkomen dat problemen al geëscaleerd zijn. Dat kunnen we doen door meer oog te hebben voor sekseverschillen bij autisme. Mogelijk kunnen meisjes hun beperkingen beter verbergen tijdens een kortdurend observationeel onderzoek. We adviseren om meetinstrumenten meer toe te rusten met voorbeelden van gedragingen van meisjes. Items over specifieke interesses geven meestal voorbeelden van typische jongensonderwerpen, zoals dinosaurussen of treinen. Maar wat te denken van een meisje dat echt alles tot in detail weet over paarden?”

Social Spectrum Study
Het onderzoek is onderdeel van de Social Spectrum Study. Deze studie bestudeert de bredere sociale ontwikkeling van kinderen die zijn verwezen naar de Jeugd GGZ en autisme in het bijzonder. Aan de studie deden zes GGZ-instellingen mee: Erasmus MC–Sophia, Yulius, Emergis, GGZ Westelijk Noord-Brabant, Lucertis en voormalig Riagg Rijnmond. De publicatie is hier te vinden.

Kinderen met een autismespectrumstoornis slapen korter en worden ’s nachts vaker wakker dan leeftijdsgenoten zonder een vorm van autisme. Dat blijkt uit een onderzoek van onder andere de University of Bristol.

De onderzoekers gebruikten gegevens van meer dan 14.000 kinderen die in 1991 en 1992 geboren werden in Zuidwest-Engeland. Alle ouders beantwoordden vragen over het slaappatroon van hun kinderen toen ze 6, 18, 30, 42, 69, 81, 115 en 140 maanden oud waren. De vragen gingen onder andere over hoe laat ze naar bed gingen en weer opstonden en hoelang ze overdag sliepen.

Vaker wakker
Van deze kinderen hadden er tegen de tijd dat ze 11 jaar waren 68 de diagnose autisme gekregen: 30 klassiek autisme, 15 een autismespectrumstoornis en 23 het syndroom van Asperger. De onderzoekers baseerden hun uiteindelijke analyse op 39 kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) en 7043 leeftijdsgenoten zonder een vorm van autisme.

Tot een leeftijd van 30 maanden bleek er geen verschil te zijn. Vanaf 30 maanden sliepen kinderen met ASS minder lang dan leeftijdsgenoten zonder een vorm van autisme. Tot 140 maanden hield het grootste verschil aan, namelijk 43 minuten. Ze werden ’s nachts ook vaker wakker. Toen ze 81 maanden waren, werd 10 procent van de autistische kinderen minstens drie keer per week wakker, tegenover 0,5 procent van de kinderen zonder autisme. Tot in hun tienerjaren sliepen degenen met ASS dagelijks gemiddeld 20 minuten korter.

Melatonine
Mogelijk is bij sommige kinderen met ASS de productie van het slaaphormoon melatonine verstoord. Mogelijk beïnvloedt korter slapen de neuronale ontwikkeling.De resultaten van het onderzoek verschenen in de Archives of Disease in Childhood.

Hoe komt het dat sommige situaties voor kleuters met autisme zo lastig zijn, hoe valt het moeilijke, vaak onvoorspelbare gedag van deze kinderen te verklaren, maar bovenal: hoe kun je als leerkracht ervoor zorgen dat je juist voor deze kinderen een veilige leeromgeving creëert? Dit boek geeft veel handelingsadviezen voor de leerkracht die aansluiten bij de ontwikkelingsgebieden van kleuters, specifiek gericht op die van kleuters met autisme.

In het theoretisch gedeelte  gaan de auteurs  in op de  communicatieve  en sociale  vaardigheden. Een belangrijk onderdeel is de afwijkende spelontwikkeling van kleuters met autisme. Hier doorheen speelt de zintuigelijke prikkelverwerking een belangrijke rol en beïnvloedt daarmee het gedrag. Deze elementen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en hebben veel invloed op elkaar en daarmee op het gedrag van de kleuter met autisme.

Kleuters en autisme
Ans van Soerland & Jan Odolphi
Uitgeverij Graviant, ISBN 9789491337918, € 19,95

Aan kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum (ASS) zie je meestal niets. Toch functioneren deze kinderen door hun autisme wel degelijk anders dan andere kinderen. Deze gids laat ouders, opa’s en oma’s, leerkrachten, mensen in de gezondheidszorg, etc. in 80 korte tips kennismaken met de leefwereld van kinderen met autisme. Door inzicht in die leefwereld en een aangepaste begeleiding, kan de omgeving ervoor zorgen dat deze kinderen volledig tot bloei komen.

Het boek is geschreven door Karin Scheffer, verpleegkundige en geregistreerd psycho-sociaal hulpverlener. Ze heeft sinds 2012 een eigen praktijk in Apeldoorn (www.beterinzicht.nl). Ze heeft beroepsmatig jarenlange ervaring in het omgaan met mensen die (in hun omgeving) te maken hebben met autisme, maar ook in haar prive-situatie. Twee van haar drie kinderen hebben autisme en functioneren vaak moeizaam in deze maatschappij.

De gids over autisme bij kids
Karin Scheffer
Scrivo Media, ISBN: 9789491687211, 88 pag., € 9,95 (excl. verzendkosten)

Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Er zijn net zo veel vormen van autisme als kleuren in het spectrum. Wat bij het ene kind ontspannend werkt, zorgt voor stress bij een ander kind. Autisme anders bekijken vraagt om verder te kijken dan een diagnose en het gedrag dat in eerste instantie te zien is.

Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Agterberg-Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifieke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.

Autisme anders bekijken. Omdat geen kind hetzelfde is
S. Agterberg-Rouwhorst – Met een voorwoord door de Nederlandse Vereniging van Autisme (NvA)
Uitgever: Garant Uitgevers, ISBN: 9789044133202, 148 pag., € 21,00

Over de auteur:
Suzanne Agterberg-Rouwhorst begon als leerkracht en intern begeleider in het basis- en speciaal onderwijs. Momenteel is ze autismespecialist op een VSOZMLK- school. In 2014 studeerde ze cum laude af aan de Fontys Hogescholen als Master SEN – Special Educational Needs – met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won ze de Fontys ‘Denk groter prijs’ en de ‘HanneMieke prijs 2014’ van de Nederlandse vereniging voor Autisme (NvA). Ze ontwikkelde tevens het Autismepaspoort® voor scholen, begeleiders, ouders en familieleden. Ook verzorgt ze trainingen en cursussen aan scholen en instellingen.
Illustraties door Wytse Kloosterman

Profielfoto van Vakblad VROEG

Over Vakblad VROEG

Vroeg is het vaktijdschrift voor professionals die werken met jonge kinderen met (dreigende) ontwikkelingsproblemen en - stoornissen.

2 Replies to “kinderen met autisme”

  1. Profielfoto van SmartonderwijsSmartonderwijs

    Begrip’ (oftewel understanding) is een uitgangspunt bij interventies als het zorgleerlingen betreft in de klas . Gedrag is een hulpvraag. Dit boekje ‘wat jij ziet en wat ik voel’ van uitgeverij Pica geeft een helder beeld van wat kinderen met autisme kunnen voelen. Een kind met autisme in de klas? Geef jezelf deze verrijking en laat ook je collega’s in de personeelskamer in dit boekje bladeren . Wat zie jij?

Geef een reactie